AUTORIJSCHOOL RUUD KATER

 

Structuur van de opleiding

De rij-opleiding is in vier fases ingedeeld:

 

Fase 1: 

De techniek van het autorijden. In deze fase leer je de auto te besturen en bedienen. De inhoud en volgorde van de leerstof is:

  • sturen, gas geven en het gebruik van de spiegels en kijktechniek
  • rijden in het stadscentrum (Delft) met toepassing van de leerstof uit les 1 (korte bochten en smalle wegen)
  • het gebruik van de remmen, verkeersinzicht en sociaal gedrag
  • het vaart minderen in verschillende situaties (bijv. drempels)
  • (ont-)koppelen, wegrijden vanuit stilstand en schakelen 
  • het toepassen van alle technieken en opbouw routine
  • de hellingproef, waarmee fase 1 wordt afgesloten

Fase 2:

Nu je de auto kan besturen gaan we je aandacht, die je tot nu voornamelijk voor de auto nodig had, verleggen naar het verkeer om je heen en de situaties die je nadert. Je leert:

  • het gebruik van informatie die a.h.v. borden, tekens op de weg en (verkeers-)lichten wordt gegeven
  • het naderen en oversteken van kruisingen
  • het invoegen, inhalen en uitvoegen op de snelweg
  • bij al deze zaken het juiste kijkgedrag

Als deze fase doorlopen is, heb je de basiskennis en de basisvaardigheden om je op de juiste wijze te gedragen in het verkeer.

Je zal deze in de vervolglessen blijven oefenen en toepassen tot je al je taken routinematig kan uitvoeren en zelfvertrouwen hebt.

Fase 3:

In deze fase ga je alle bijzondere verrichtingen leren. Je zal zeven verrichtingen moeten kunnen, te weten:

  • hellingproef (reeds geleerd in fase 1)
  • recht achteruit rijden
  • achteruit rijden om een bocht
  • keren in een straat
  • keren dmv een halve draai
  • parkeren in file
  • parkeren in een vak (dwars op de rijrichting)

Door het gebruik van herkenningspunten voor de diverse in- en terugstuurmomenten zal je deze vaardigheden snel aanleren. Je gaat de oefeningen op veel verschillende plekken doen, zodat je intussen ook het examengebied goed gaat kennen. Dit gebied bestaat uit de plaatsen Rijswijk, Delft, Pijnacker-Nootdorp, Zoetermeer, Den Haag Zuid, Rotterdam Noord en Leidschendam-Voorburg. Ik laat je de meest uiteenlopende situaties zien en de bekende valkuilen die er in  de regio te vinden zijn.

Fase 4:

Je zal op het (proef-)examen zelfstandig moeten kunnen rijden. De eerder geleerde bijzondere verrichtingen worden in twee groepen ingedeeld:

  • de keeropdracht
  • de parkeeropdracht

Daarbij mag je zelf bepalen hoe en waar je de opdracht gaat uitvoeren. Inzicht is wat je moet tonen. Zolang het verkeersveilig en technisch vaardig verloopt, wordt het goed beoordeeld en kan je op de Tussentijdse Toets vrijstelling krijgen. Dat betekent dat je op het rijexamen geen bijzondere verrichtingen hoeft te doen!

Vervolgens zijn er nog twee elementen van het examen, waarvoor  een examinator kan kiezen:

  • de stop-opdracht
  • de situatiebevraging

De stop-opdracht is niets meer dan op verkeersveilige wijze stoppen langs de kant van de weg, zodanig dat je weer meteen weg kan rijden (stop-and-go). In feite is dit de derde bijzondere verrichting. Er worden slechts twee bijzondere verrichtingen als opdracht gegeven.

Bij een situatiebevraging stelt de examinator een vraag over een verkeerssituatie die je voor je ziet of waar je zojuist doorheen bent gereden. De auto wordt langs de kant stilgezet, zodat je vragen kan beantwoorden over de belangrijkste elementen van de situatie. Naast de verkeerstechnische aspecten zijn ook de omgevingsfactoren van belang om te benoemen.

Ook zal je zelfstandig een opgegeven route moeten rijden. De examinator kan kiezen uit drie manieren om dat te toetsen:

  • de clusteropdracht
  • het variabele coördinatiepunt
  • gebruik van het navigatiesysteem

Een clusteropdracht is het volgen van een route aan de hand van een aantal aanwijzingen, die de examinator aan je geeft. Dit kunnen maximaal vijf aanwijzingen in één opdracht zijn.

Een variabel coördinatiepunt is een object, in het examengebied, waar je zonder aanwijzingen naartoe moet kunnen rijden. Dit kan een gebouw zijn dat je goed kent, of een gebouw dat je van een afstand kan zien staan. Plan zelf je route daar naartoe.

Het gebruik van een navigatiesysteem spreekt voor zich.

Je ziet: er is veel te leren! Gemiddeld kom je als leerling al gauw aan 35 á 40 lessen om alles te oefenen. Regelmaat en meerdere lessen per week (vooral blokuren) kunnen de zaak bespoedigen en het totaal aantal lessen verlagen. 

Al het geleerde zal voldoende geoefend moeten worden om vooral routine op te bouwen. Het accent ligt daarbij op het kijkgedrag. Uitsluitend door goed en consequent kijkgedrag en het gebruik van de beschikbare informatie kan je al deze taken met zekerheid en de juiste timing uitvoeren!


 

Contactgegevens:

Zusterlaan 80                2611 MP Delft     06-55810719 info@ruudkater.nl

Doe een gratis proefles

en

overtuig jezelf

Contactformulier

 Laatste Nieuws

Bron:

verkeerspro.nl

rijschoolvandaag.nl


Terug naar overzicht

02-12-2015

Smartphone en verkeer - het gaat niet samen

Dat het gebruik van de mobiele telefoon tijdens het deelnemen aan het verkeer afgeraden wordt, weten we allemaal. Toch grijpen velen, ondanks de waarschuwingen, naar het apparaat. Maar is dit echt zo erg?

Ja, het is erg

Uit onderzoek van de SWOV blijkt dat het gebruik van de mobiele telefoon negatieve effecten heeft op het rijgedrag. Dit geldt voor alle soorten gebruik, van bellen tot sms’en. Mobiel telefoongebruik heeft niet alleen negatieve effecten doordat bestuurders fysiek, visueel en auditief worden afgeleid, maar ook omdat ze hun aandacht moeten verdelen. Naast rijden vraagt de telefoon namelijk ook om een deel van je gedachte. Deze cognitieve afleiding doet zich ook voor tijdens het handsfree bellen. Je moet bij deze vorm van bellen namelijk nog steeds een deel van je concentratie voor het rijden opgeven. Handsfree bellen is toegestaan omdat een totaalverbod voor de mobiele telefoon niet realistisch is.

Campagne van de overheid

Met de campagne ‘Onderweg ben ik offline’ probeert het ministerie van IenM mensen er bewust van te maken dat de mobiele telefoon afleidt. In de bijhorende commercial komt deze boodschap ook terug. Te zien is dat een jongeman de hele dag door bestookt wordt met berichten en door social media verkeer. Wanneer hij de auto in stapt zet hij zijn mobiel echter uit om afleiding te voorkomen. Naast een commercial is op de website onderwegbenikoffline.nl te lezen wat de gevolgen zijn van mobiel gebruik in de auto. Ze noemen weetjes als: “Wist je dat je de lengte van een voetbalveld (90 meter) aflegt, als je bij een snelheid van 100 km/uur 3 seconden op je telefoonscherm kijkt?” En: “Wist je dat het gebruik van de smartphone in het Nederlandse verkeer jaarlijks leidt tot enkele tientallen en mogelijk zelf 100 doden?” Het is duidelijk dat de overheid wil voorkomen dat bestuurders tijdens het rijden gebruik maken van de mobiel.

Het mobiel gebruik van medeweggebruikers

Je kan zelf nog zo bewust geen gebruik maken van je smartphone, dat wil niet zeggen dat je er geen hinder van ondervindt. Er zijn genoeg verkeersdeelnemers die zich wel af laten leiden. Vooral bij fietsers en voetgangers is dit het geval. In een recent nieuwsbericht van het AD vertelde bestuurders van het Haagse ov-bedrijf HTM over hun ergernissen. Zij zien de smartphone in het verkeer als een grote boosdoener en moeten regelmatig ingrijpen om een ongeval te voorkomen. In de strijd tegen het gebruik van de smartphone op de fiets heeft het ministerie van IenM de app ‘fietsmodus’ ontwikkeld. Deze app berekent hoeveel meters de fietser aflegt in het verkeer zonder gebruik te maken van de telefoon. Met de gespaarde kilometers kunnen vervolgens prijzen gewonnen worden.

Dat het gebruik van de smartphone gevaar oplevert in het verkeer is duidelijk. Of het ministerie de strijd gaat winnen tegen het gebruik zal de toekomst uitwijzen.

Bron: SWOV / Onderwegbenikoffline / AD



Terug naar overzicht